Liefde – Tentoonstelling Catharijneconvent
Geschreven door Jonge Remonstranten“Vaar tegen wind en tij” stond boven de liturgie van de dienst in de Geertekerk, die we voorafgaand aan ons bezoek van het Catharijneconvent mochten bijwonen. Mag ik vertrouwen als het stormt? En hoe ben ik mild voor de ander, voor mezelf? Vragen die werden opgeworpen door ds. Lense Lijzen in zijn bewogen preek, omgeven door prachtig orgelspel van cantor Maarten van der Bijl. Deze dienst zou door de hele middag weerklinken, waarover later meer. Na een fijne lunch aan de grote tafel van het museumcafé, waarbij we na de dienst of de reis vanaf huis aansloten, bezochten we tentoonstelling “In the Name of Love” in het Catharijneconvent.
De middag trapte ik af met een parafrase van een metafoor van de Amerikaanse psychoanalyticus Stephen A. Mitchell uit zijn klassieke boek Can Love Last? Als we onszelf en de ander ieder zien als een rivier, dan leidt een ontmoeting tot een draaikolk. En put je water uit deze kolk, dan kun je niet meer onderscheiden tussen water uit de ene en uit de andere stroom. Elke relatie en interactie heeft zo een eigen dynamiek en het is onmogelijk om deze interactie uit de weg te gaan of haar later nog geheel te ontwaren. Het waterthema bleek zo een onverwachte knipoog naar de eerdere dienst, net als de toevallige ontmoeting met andere Geertekerkbezoekers in de tentoonstelling.
In de verschillende zalen zagen we delen van de vaste collectie van het museum, die in dialoog traden met moderne werken: zoals een werk uit de serie Jésus à l’Hôpital van Wout Herfkens, die eertijds waarschijnlijk innig geliefde, devoot vereerde kruisbeelden uit kringloopwinkels redt en hen inzwachtelt – uit en in liefde, wellicht. Ook zagen we werken van Utrechtse Caravaggisten en een moderne pietà van Rini Hurkmans, een video van een vrouw die het hemd van haar overleden zoon opvouwt, opnieuw en opnieuw en opnieuw. Zo verbindt haar hedendaagse handelen haar met de voortlevende liefde voor iemand die haar eens ook fysiek dichtbij was.
Napratend over de tentoonstelling kwam ook het thema zelfliefde, al in de dienst opgeworpen, weer terug. Een van de tentoonstellingsstukken was een spiegel met de vraag of houden van de ander ook houden van onszelf is – en is deze liefde hetzelfde? Houden we misschien van de ander in onszelf? Ik denk hier ook aan een thema van de Duitse socioloog Hartmut Rosa, die het in zijn recente boeken heeft over het thema resonantie en (on)beschikbaarheid. Om in de wereld te zijn moeten we volgens Rosa met haar resoneren: met een open houding geraakt durven worden en veranderen in en door de relatie met onze omgeving. Hiervoor moet de ander niet geheel dezelfde zijn (dan klinkt er maar één noot), maar moet hij wel kenbaar zijn en zich laten kennen.
De intrinsieke verwevenheid van heden en verleden, van het vreemde en het eigene, kolkende en het spiegelgladde water van de liefde en het geloof kwamen zo tot leven in deze tentoonstelling. En het was heel gezellig, dat natuurlijk ook – Arminius heeft er weer een liefdevol geleefde middag bij.
Floris de Vries, 3 februari 2026
